donderdag 21 april 2011

Donderdag 21 april: jarig zijn in Marrakech



























Hoe vier je een negenjarige in Marokko?
- Met echte slangen en nepslangen
- Met hennatattoos
- Met cadeautjes in de souks
- Met nougat
- Met een calèche door de stad
- En met een Marokkaanse taart

Oscar vond het zijn beste verjaardag ooit!

Morgen naar huis! Jammer…

woensdag 20 april 2011

Woensdag 20 april: Jema El Fna, Marrakech



Dinsdag 19 april: door de Hoge Atlas






Een rit van 200 kilometer (vier uur) door de hoge Atlas. Prachtig die valleien en al die verschillende kleuren! Met niets anders te vergelijken. We kronkelen van vallei naar vallei en het wordt steeds warmer naarmate we Marrakech naderen.

Omar brengt ons netjes naar hotel Amine, waar Sylvie en ik twaalf jaar geleden al eens waren, net voor we trouwden. De cirkel is rond als we met ons vijf inchecken aan de balie. Het zwembad, de tuin, een boek, de pingpongtafel, de petanquebaan en het lekker eten lachen ons toe. Omdat Indonesië zo zwaar was, hebben we met opzet een paar dagen rust ingelast en we gaan er met volle teugen van genieten. Donderdag vieren we de negende verjaardag van Oscar en vrijdag vliegen we terug naar huis. Jammer genoeg vroeger dan voorzien want in plaats van om 16 uur vertrekt ons vliegtuig nu al om 8 uur ’s morgens in Casablanca. Dat betekent dat we wellicht om 3 uur ’s nachts moeten opstaan om vanuit Marrakech te vertrekken. Maar we klagen niet. Het was een fantastische reis. Marokko is een prachtig land, niet duur en niet ver. Een aanrader voor iedereen! Fez als citytrip of het zuiden van Marokko om door te trekken tot aan de woestijn. We komen hier graag nog eens terug!
Fabrice en Sylvie

Maandag 18 april: juf Dine


Sommige dingen kunnen geen toeval zijn: toen ik in ons eerste hotel in Zagora op zoek ging naar de bikini van Alice die plots zoek bleek, liep ik juf Dine en haar gezin tegen het lijf. En omdat we net hadden beslist om de terugreis naar Marrakech in twee dagen te doen in plaats van in één dag konden we met hen afspreken in Ouarzazate om samen te eten in Café de Thé Chez Habous. Voor de rest: nog een laatste keer genieten van de stad en de gastvrijheid van Youssef in Hotel La Vallée.
Fabrice

maandag 18 april 2011

Zondag 17 april: Erg Chiggaga








De zon is al op als we wakker worden. Een prachtige blauwe lucht tekent zich af boven de gouden duinen van Erg Chiggaga. De hoogste zandduien zijn tot zestig meter hoog en je moet al goed in conditie zijn om ze tot boven op te lopen. De kinderen zijn nog moe en slapen hun roes uit, dan ontbijten (we krijgen La Vache Qui Ri-kaasjes bij ons ontbijt - een grap op zich) en daarna mogen ze nog eens op stap met de dromedarissen. Het is ondertussen al 9 uur en warm. De wind is gelukkig gaan liggen want anders is het hier niet uit te houden. Na de tocht spelen we nog wat in de grote zandbak (niets leuker dan van helemaal boven tot helemaal onder in het zachte zand te glijden of zoals Oscar het doet, te springen en te vallen.
Na twee dagen hebben we wel zin in een fatsoenlijke douche en een lekkere koffie. 3,5uur rijden, scheidt ons van de bewoonde wereld in Zagora waar ons een comfortabele douche en een relaxte tweedaagse wacht. Maar het valt wat tegen want hotel dat we geboekt hebben, is volzet (vergissing, zeggen ze) en we worden naar een zogezegd luxueuzer viersterrenhotel (Ksar Tinsuline) gebracht. Een tegenvaller. Alles is wel aanwezig maar de charme van het hotel dat we hebben geboekt is er niet. Ook bijna geen gasten dus we spenderen onze zondagmiddag aan het zwembad. Daar ligt ook Saïd, een Kortijkse Marokkaan die platter Westvlaams praat dan Gunther uit de Ronde. Hij is 25 jaar, heeft één zaak in Kortrijk en vier in Marokko. Op zondag werkt hij niet en komt hij alcohol drinken aan het zwembad van het hotel (zes whisky cola’s terwijl wij aan het praten zijn) en doet voornamelijk in vlees en is duidelijk een verteller. Zo kom ik te weten dat een wifi-abonnement in Marokko 200 Dirham per maand kost, de benzine 0,70 € per liter en een (levend) schaap in België 80 € maar dat hij ze tijdens de Ramadan verkoopt voor 160 €… Morgen reizen we verder naar Ouarzazate.
Fabrice

Zaterdag 16 april: Offroad












We zijn op weg naar de woestijn. Van N’Kob in de vallei van de Draa over Zagora richting M’Hamid. In Zagora nemen we een lange lunchpauze in een leuk hotelletje - Riad Lamane. Omar heeft ons hier gedropt omdat het heel hard begint te waaien. Het is nog steeds gezellig warm maar de lucht zit vol woestijnzand door de harde wind en Omar stelt voor om een lange middagpauze te nemen. Om 13 uur is hij nog zeker dat de wind zal gaan liggen en onze tocht naar de woestijn kan doorgaan, maar om 16 uur is hij dat al minder. We wachten nog een uurtje langer terwijl de kids zwemmen in het hotel en achter kikkers jagen in de tuin. We krijgen lekkere thee en koffie voorgeschoteld maar om 17 uur willen we toch vertrekken. Het is nog een uur rijden naar M’Hamid langs mooie baantjes, maar dan stopt de weg onverbiddelijk. Vandaar is het nog 60 kilometer door de woestijn tot aan Erg Chiggaga, op 20 kilometer van de Algerijnse grens waar de mooiste zandduinen zijn. Onderweg is het door de zandstorm moeilijk rijden en als we in M’Hamid aankomen, kijkt Omar ons vertwijfeld aan. Wat nu? Hij vraagt aan de mensen die zich nog op straat wagen hoe de toestand is, maar de antwoorden lijken hem nog meer te verontrusten. We hebben maar twee mogelijkheden, helemaal terug of ervoor gaan. We wagen het erop. We rijden letterlijk off road en het is me een raadsel hoe Omar de weg vindt. Hier is het ook voor de eerste keer dat we onze 4WD echt kunnen gebruiken en ook nodig hebben. Op bepaalde momenten is het echt Parijs-Dakar, wat de jongens fantastisch vinden. Hoe verder we rijden hoe ruiger het landschap wordt, maar als bij wonder valt de wind. Na twee uur zandcrossen in de woestijn komen we bij ons basiskamp aan. We maken nog een dromedarisrit bij zonsondergang bij de mooiste zandduinen van Marokko. ‘s Avonds na het eten zingen Alice, Oscar en Leon uit volle borst “now It’s time for Africa…” onder drumbegeleiding van de vijf berberjongens die voor ons zorgen. Het is veel te laat als we gaan slapen, met de Kleine Beer, de Grote Beer, Orion en een volle maan op de achtergrond. Het bed is keihard -volgens mij is een rots met een laken erover zachter - maar we vallen allemaal in een diepe slaap. Fabrice

Vrijdag 15 april: Ouarzazate













Ouarzazate is anders dan we ons ooit hadden voorgesteld. Klein en gezellig maar voor de rest is er niet veel te zien. Alleen dan misschien de filmstudio’s. Niet dat we staan te springen om te gaan kijken, maar nu we hier toch zijn…Bij Atlas Picture Cooperation gaan we in een mum van tijd van het Oude Rome, naar Tibet, Jerusalem tijdens het nieuwe testament en het Egypte van Cleopatra. Gladiator, Kundun van Martin Scorsese, Jerusalem en Cleopatra van Asterix & Obelix zijn hier allemaal ingeblikt. Toch wel leuk voor de kinderen om te zien “fake” film is. De gids die ons rondleidt had bijna Leon gescout voor een film van Alexander De Grote… ’s Middags drinken we thee in het befaamde theesalon op de grote markt van Ouarzazate, Chez Hobous. En we eten lekkere Marokkaanse zoetigheden met meer dan een Franse toets. Alice eet zelfs een aardbeientaartje en doet ons even denken aan meme Alice. Het zit in de familie zeker? Het doet ons zin krijgen in de aardbeientaart van opa Viviën die we traditioneel eten op het verjaardagsfeest van Oscar. Is dus voor binnenkort…

N’Kob
Youssef met wie we dit deel van onze reis gepland hebben, geeft ons een mooie uitsmijter mee als we vertrekken uit Ouarzazate naar de Draa’ vallei. “Het echte Marokko begint na de Tiz n’Tichka, ” de hoge top van de Atlas die het zuiden scheidt van het midden van Marokko. Hij heeft niet gelogen. Hier in het zuiden is de tijd soms blijven stilstaan en dat heeft zo zijn voor- en nadelen. We reizen door naar N’Kob, een dorpje van veertig families dat volgens de Lonely Planet van 2009 nog te ontdekken is. Het blijkt inderdaad authentiek -de kasbah lijkt ook op een zandkasteel - maar de vermelding in de Lonely Planet heeft toch al wat toeristen gelokt. We worden vriendelijk onthaald door de berberfamilie van Youssef en krijgen muntthee in het salon. Het dorpje bezoeken wij te voet, de kinderen op een ezeltje. De samenleving is hier nog vrij ouderwets: alle vrouwen gesluierd en in traditionele kledij, alle oudere mannen nog in djellaba. De tieners meestal wel al in jeans en opvallend met een voetbal t-shirt (meestal Real, Barça of één van de twee Milaans). De jongens lopen buiten, de meisjes doen het huishouden… We wandelen op twee minuten door de velden het dorp uit en komen terecht tussen ruwe rotspartijen. De ezel van Oscar is nogal nukkig, doet plots heel moeilijk en gooit hem er uiteindelijk af. De jongens schreeuwen van alles naar elkaar maar gelukkig verstaan we geen Marokkaans. Oscar komt er met de schrik vanaf. Blijkbaar hebben de twee ezeltjes problemen met elkaar. De rest van de wandeling is nogal potsierlijk. Ik met Oscar en zijn nukkig ezeltje vooraan en vijfhonderd meter achter ons komt Sylvie met het ezeltje van Alice en Leon.
N’Kob zelf is echt wel de moeite maar ik vrees dat het binnen twee jaar ook vol toeristen zal lopen. De mensen zijn supervriendelijk maar een echte conversatie opzetten is moeilijk. Verder dan bonjour en ça va komen ze niet. Alleen als ik begin over het voetbal komen de jongens los. Mimon, de broer van Youssef die ons op sleeptouw neemt, is supporter van Real Madrid en daar kan hij niet over zwijgen. Na 5 minuten is Oscar al omgedoopt tot sterspeler Benzema. ‘s Avonds krijgen we van onze gasten nog een heerlijk maal, wel heel laat, een berbersoep, daarna een reuzenschotel couscous met kip en appelsienen als dessert. Het is al pikdonker als we de rest van de familie beneden op de binnenkoer de overschot van onze couscous zien opeten. Na het eten gaat iedereen onmiddellijk slapen, wij in de gastenkamers, de familie ligt buiten op de koer, op een matje, zoon Mimon boven op het dak. Morgen slapen we onder de sterren, in de woestijn. Fabrice