maandag 11 april 2011

Zondag 10 april: Fez, van Bab tot Bab






Ontbijt op het terras, dat had zaterdagavond veelbelovend geklonken, maar helaas ligt Fez de volgende ochtend volledig in de mist en komen er heel fijne (mist)druppeltjes naar beneden. Pech want een ontbijt in het zonnetje hadden we wel zien zitten. Maar we laten ons niet kennen en volharden, met een dikke pull in de frisse wind. En ondanks de kille ochtend smaakt het super, al ligt dat wellicht aan de pannenkoekjes die we geserveerd krijgen. Een uur later schijnt de zon al weer hoog aan de hemel en puffen we van de warmte.
We nemen aan de Bab Rcif een rode petit taxi. Omdat die maar maximum drie personen mag vervoeren, hebben we er twee nodig tot aan de Bab Lamar, vlakbij het koninklijk paleis. Gigantische koperen poorten met prachtige mozaïek blinken in het zonlicht. Boven ons cirkelen een dertigtal ooievaars. Van de koning geen spoor maar de omgeving is prachtig. We wandelen verder de Mellah in, dat is de oude joodse wijk waar op dit moment geen jood meer woont. Volgens een lokale gids die ons kort begeleid, zijn ze allemaal vrijwillig naar Israël teruggekeerd maar in werkelijkheid zijn ze het land een beetje buiten gepest. In het nieuwe Fez leven nog twintig Joodse families van de duizenden die hier vijftig jaar geleden nog waren. De wijk is in vergelijking met de oude stad waar onze Riad ligt erg verloederd, terwijl het ooit een prachtige woonwijk moet geweest zijn. We passeren van het joodse kerkhof tot aan de synagoge. We zijn er helemaal alleen en een schriel mannetje met een fijn baardje leidt er ons rond. We krijgen de Tora te zien die meer dan 350 jaar oud is, de plaats waar de rabijn en de joodse mannen bidden, de aparte plaats boven voor de vrouwen en via een steen in de vloer een ondergronds badhuis waar de vrouwen zich moesten reinigen. Na de mellah wandelen we verder in Fes el Jdid - de nieuwe wijk. Niet helemaal nieuw, de wijk dateert van de 12° eeuw terwijl de Medina waar onze Riad ligt (Fes el Bali (de oude wijk) dateert van de 8° eeuw. Het is maar hoe je nieuw definieert natuurlijk. Fes el Bali is door de Unesco erkend als werelderfgoed en Fez zelf heeft de grootste Medina van de ganse Arabische wereld. Vandaag proberen we volle moed van de ene kant van de stad naar de andere te wandelen. De wandeltocht is een beetje een constante verdwaaltocht waar de verschillende poorten van de stad het enige ijkpunt zijn. In Jdid ligt een mooi park vlakbij de Bab Boujloud - de grootste van alle poorten - waar we gisterenmiddag nog heerlijk zijn gaan eten ( restaurant Fassi Boujloud is een aanrader en een rust in de drukte van de stad.) In de bahtawijk eten we bij La Noria, gekend bij toeristen maar minder lekker dan wij ondertussen al gewoon zijn al is het zicht op het park en een eeuwenoude watermolen wel een aanrader. Na de Bab Boujloud stappen we per toeval de Tala a kbira in (één van de twee hoofdstraten van de oude medina) op zoek naar de Medersa Bou’ananiya - een eeuwenoude Islamschool die ook Jan Leyers heeft bezocht in zijn reeks “de weg naar Mekka”. Een fantastisch gebouw uit de 13-14° eeuw dat ons doet denken aan de geraffineerde kunstenaars van Moghuls in Jaipur. Dezelfde mozaïek en marmerbewerkingen als in de Taj Mahal, afgewerkt met prachtige houtversieringen. De kinderen zijn ook onder de indruk. De gebedsplaatsen mogen we niet betreden. Even een stop in café Clock - typische een backpackersstop uit de Lonely Planet- die maar matig bekoort en waar we voor het eerst wel wat toeristen tegenkomen. En dan verder de Tala a Kbira tot aan de Tala a Sghira. Voor Leon moet dit echt wel een marathon zijn. De trappen in de steegjes zijn steil en soms moet hij zijn voeten heffen tot boven zijn knieën om de trappen op te kunnen. Ook in onze riad zijn de trappen erg steil zodat ons manneke waarschijnlijk al een halve Mount Everest heeft opgeklommen. Maar volgens mij vergeet Leon zijn vermoeidheid door constant zijn ogen de kost te geven. De bedrijvigheid van al die handelaren, de ezeltjes die ons achteloos omverlopen als we niet vlug een winkelruimte induiken, de zoektocht naar mooie oranje babouschkes waarvoor hij uiteindelijk niet weet welke te kiezen. In de oude medina waar 240.000 mensen bij elkaar leven heeft de tijd stilgestaan. Met hier en daar een winkeltje voor toeristen - je vraagt je af aan wie ze dit allemaal willen verkopen - maar voor de rest nog zeer authentiek. De familie Opstap verdwaalt graag in dit eeuwenoude labyrint.
We kopen ook van alles om te proeven. Na twee dagen voel ik mij al drie kilo dikker. Oscar is deze morgen begonnen met zonnebloempitten. Als een echte Marokkaan bijt hij ze in twee en haalt er de pitjes uit. Alice is gek op de dadels waar ze okkernoten in gestoken hebben. We smullen van de nougat en de pindanootjes in gesmolten suiker en Alice en Leon van gedroogde abrikoosjes. En dan zijn er nog de olijven en de platte Marokkaanse broodjes en voor Sylvie kokoskoekjes met kastanjes vermengd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten